Berenjacht 1

Zij stort zich in afleidende
bezig heden die werken.

De nacht telt veel
neon gekleurde uren
In eenzaamheid probeert zij,
de knop van emoties om te draaien
doch
het gevecht met de beer duurt voort
tot de dage -raad aanbreekt.


Aangekomen op de plaats
waar haar maag en darmen
al borrelend de plek des onheil markeren,
herkent zij de priemende blik
die haar destijds ook al,
met een zwoele glimlach binnenlokte
om slechts haar lijf te mogen pletten

Zij voelt zich opnieuw gepakt
na dit bezoek
doch ook verrijkt met
een positief gekleurde bril
wandelt zij vervolgens kortstondig
door het aangrenzende park
kijkt om hoog,
mediteert en voelt afwisselend
vreugde en braakneigingen.

Dat
wat als een boemerang
door haar lijf
al gravend
dood vlees kweekt
maakt immers kleingeestig
geraaskalk en dikdoenerij onbelangrijk.

Zij hap de buitenlucht gretig
die naar matheid smaakt.
Maakt van haar keel een schoorsteen
die, dichtgesnoerd
luid protesteert.
Hoort vogels,
ervaart ook hun gesnater en
verbijt de rivieren
die achter de schellen
opbouwen in kracht
Neemt dan haar geweer uit de holster
en keert met brede en gerechte rug,
terwijl ze op scherp staat,
vol vertrouwen terug.

Annemieke  15/09/03
Gedicht van Annemieke Steenbergen
Gedichtenindex
volgende gedicht
vervolg Berenjacht